Leerkracht en pedagogisch medewerker begeleiden kinderen in een IKC-omgeving Leerkracht en pedagogisch medewerker begeleiden kinderen in een IKC-omgeving

Cao onderwijs en cao kinderopvang: wat betekenen deze regels concreet voor jouw personeelskosten?

Je hebt net de loonrun van juni afgesloten en het totaalbedrag is weer hoger dan begroot. Niet door een rekenfout, maar omdat je medewerkers vallen onder twee verschillende cao’s die elk hun eigen loontabellen, toeslagen en pensioenregelingen hebben. Voor een integraal kindcentrum of een kinderdagverblijf met een peuterspeelzaalcomponent is dat dagelijkse realiteit: de cao Kinderopvang en de cao Primair Onderwijs lopen tegelijk, en de verschillen tussen beide hebben directe gevolgen voor wat jij elke maand uitgeeft aan personeel.

Twee cao’s, één organisatie

Een IKC (integraal kindcentrum) of een basisschool met een kinderdagverblijf onder één dak heeft bijna altijd te maken met zowel de cao Primair Onderwijs (cao PO) als de cao Kinderopvang. Medewerkers die lesgeven vallen onder de cao PO, medewerkers in de opvang vallen onder de cao Kinderopvang. Klinkt logisch, maar in de praktijk werken deze mensen soms naast elkaar in dezelfde ruimte, met deels dezelfde taken. De arbeidsvoorwaarden zijn toch fundamenteel anders, en dat heeft directe gevolgen voor wat je elke maand uitbetaalt.

Loonschalen ontleed: periodieken en inschaling

In de cao PO werk je met functieschalen die zijn gekoppeld aan de functiemix van je school. Een leraar begint doorgaans in schaal LA, LB of LC, afhankelijk van het functieprofiel. Periodieken (jaarlijkse loontreden) lopen automatisch op tot het maximum van de schaal. In de cao Kinderopvang zijn de schalen anders ingedeeld: een pedagogisch medewerker (BBL-niveau of MBO) start in een lagere salarisgroep en klimt op via vergelijkbare periodieken, maar het absolute niveau en de bovenkant van de schaal liggen anders.

Concreet voorbeeld: een startende leerkracht in schaal LA verdient bij inschaling op trede 2 ruwweg 2.900 tot 3.100 euro bruto per maand. Een vergelijkbaar opgeleide pedagogisch medewerker in de kinderopvang (MBO 3, functieschaal 5) start lager, rond 2.400 tot 2.600 euro bruto. Dat verschil van 300 tot 500 euro per maand loopt per jaar op tot 3.600 tot 6.000 euro per medewerker, nog voor je werkgeverslasten meetelt.

Werkgeversbijdrage: pensioenpremies, sociale lasten en scholingsbudget

Hier zitten de meest vergeten kostenverschillen. Medewerkers onder de cao PO zijn aangesloten bij ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds). Medewerkers onder de cao Kinderopvang vallen onder StiPP (Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten). De werkgeverspremies verschillen, en de pensioenopbouw is niet onderling uitwisselbaar.

Houd als vuistregel aan dat je werkgeverslasten in het onderwijs al snel uitkomen op 30 tot 35 procent bovenop het brutoloon. In de kinderopvang ligt dat iets lager, maar door de verplichte scholingsbudgetten (de cao Kinderopvang verplicht minimaal een scholingsbudget per medewerker per jaar) lopen de totale personeelskosten dichter bij elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken. Tel je een fulltime medewerker door inclusief alle werkgeverslasten dan reken je in de kinderopvang op een kostprijs van 45.000 tot 55.000 euro per jaar voor een gemiddelde pedagogisch medewerker.

Roosters als kostenpost

De cao PO werkt met een normjaartaak van 1.659 uur per jaar. Daarbinnen is een groot deel directe lestijd, maar ook taakuren voor voorbereiding, oudergesprekken en professionaliseringstijd. Dat geeft je als werkgever relatief weinig flexibiliteit in de planning, want de verdeling van die uren is deels vastgelegd.

De cao Kinderopvang kent een flexibelere arbeidsduurregeling. Je kunt medewerkers roostermatig breder inzetten, maar dat brengt ook risico’s mee: bij onregelmatige diensten (avonden, vroege ochtenden) gelden toeslagen die direct op de loonstrook drukken. Voor een kinderdagverblijf dat open is van 7.00 tot 18.30 uur, kunnen die toeslagen per medewerker per maand al snel oplopen tot 150 tot 250 euro extra.

Verlofregelingen vergeleken

Beide cao’s kennen bovenwettelijk verlof, maar de invulling verschilt. De cao PO heeft specifieke regelingen voor seniorenverlof (generatiepact) waarbij oudere medewerkers minder kunnen werken met gedeeltelijke loondoorbetaling. Dat klinkt sociaal, en dat is het ook, maar het betekent dat je bij een medewerker van 57 jaar die gebruik maakt van de generatiepactregeling betaalt voor uren die niet gewerkt worden.

In de cao Kinderopvang zijn vergelijkbare regelingen minder uitgebreid. Jubileumverlof, rouwverlof en buitengewoon verlof zijn in beide cao’s geregeld, maar de precieze voorwaarden verschillen. Voor je bezettingsplanning betekent dit dat je de cao PO-medewerkers gemiddeld vaker moet vervangen of herroosteren, wat extra kosten genereert via invallers of uitzendkrachten.

Indexatie en meerjarenbegroting

Cao-onderhandelingen volgen elkaar snel op. Beide cao’s zijn momenteel of binnenkort toe aan een nieuwe ronde. Bouw in je meerjarenbegroting een jaarlijkse loonstijging in van minimaal 3 tot 5 procent. Dat is conservatief maar realistisch gelet op de arbeidsmarktdruk in zowel onderwijs als kinderopvang. Doe je dat niet, dan eet elke cao-verhoging direct in op je exploitatieresultaat.

Rekenvoorbeeld: cao PO versus cao Kinderopvang bij vergelijkbaar functieniveau

Kostenpost Medewerker cao PO (LB, trede 5) Medewerker cao Kinderopvang (schaal 6, trede 5)
Brutoloon per maand ca. 3.400 euro ca. 2.850 euro
Werkgeverslasten (ca. 32%) ca. 1.090 euro ca. 910 euro
Pensioenpremie werkgever ca. 580 euro (ABP) ca. 390 euro (StiPP)
Scholingsbudget (jaarlijks, per maand) ca. 50 euro ca. 80 euro
Totale kostprijs per maand ca. 5.120 euro ca. 4.230 euro

Dit rekenvoorbeeld is een benadering op basis van gangbare tarieven. De exacte bedragen hangen af van de actuele cao-teksten, de hoogte van de premies en de individuele arbeidsovereenkomst. Laat je salarisadministrateur of HR-adviseur de cijfers doorrekenen op basis van jouw specifieke situatie.

Valkuilen bij gemengde teams

De meest kostbare fout die je kunt maken: een medewerker die formeel onder de cao Kinderopvang valt indelen in een functie die eigenlijk onder de cao PO hoort te vallen, of andersom. Dat klinkt abstract, maar het komt voor bij medewerkers die een combinatiefunctie hebben, bijvoorbeeld deels lesgeven en deels begeleiden in de naschoolse opvang.

Als achteraf blijkt dat je de verkeerde cao hebt toegepast, loop je het risico op nabetaling van het verschil in salaris, correctie van pensioenafdrachten en in het ergste geval een naheffing van de belastingdienst. De juridische en financiële gevolgen kunnen oplopen tot meerdere duizenden euro’s per medewerker. Leg bij indiensttreding altijd schriftelijk vast welke cao van toepassing is en koppel dat aan de functieomschrijving.

Praktische checklist voor je salarisadministratie

  • Controleer per arbeidsovereenkomst welke cao van toepassing is en of dat overeenkomt met het feitelijke takenpakket.
  • Zorg dat je salarissoftware de juiste loonschalen en periodieken gebruikt voor beide cao’s apart.
  • Sluit de juiste pensioenregeling aan: ABP voor cao PO, StiPP voor cao Kinderopvang.
  • Registreer toeslagen voor onregelmatige diensten (cao Kinderopvang) correct per medewerker.
  • Zet het verplichte scholingsbudget als aparte post in je begroting.
  • Plan de generatiepact- en seniorenverlofkosten in bij medewerkers ouder dan 55 jaar onder de cao PO.
  • Stel een jaarlijkse cao-update in je kalender: volg de onderhandelingsrondes en pas je meerjarenbegroting direct aan zodra er een akkoord is.

Wie medewerkers heeft onder zowel de cao PO als de cao Kinderopvang, moet beide regelingen kennen en correct naast elkaar uitvoeren. De kostenverschillen zijn aanzienlijk en fouten leiden tot naheffingen, correcties of juridische discussies die je liever vermijdt. Controleer per arbeidsovereenkomst welke cao van toepassing is, zorg dat de pensioenregeling klopt en verwerk cao-verhogingen direct in je meerjarenbegroting. Dat vraagt aandacht, maar het voorkomt dat je aan het einde van het kwartaal voor verrassingen staat.